Zuiddorpe: een dorp op een zandrug

Zuiddorpe doet een middagdutje. Alleen de lindebomen op het dorpsplein fluisteren. Uit hun herfstlover torent de kerkspits omhoog. De linden kunnen veel vertellen. Over een oud dorp bijvoorbeeld pal aan de grens van Zeeuws-Vlaanderen en het echte Vlaanderen.

De linden verbergen ook veel, zoals het verfomfaaide, lege herenhuis dat al tientallen jaren staat te verinteresten. Vervlogen rijkdom, rottend verleden. Niet echt een sieraad voor dit veel bezongen dorpsplein. Naast dat vervallen herenhuis loopt een verhard pad, de Monnikendreef. Dat is het pad naar de Middeleeuwen. Daar aan het eind van dit pad had ene Maria van Axel 'landerijen en moeren, gelegen in de parochie Zuiddorpe'.

Eerste levensteken
Die vermelding in een oud geschrift is het eerste levensteken van deze nederzetting. De eerste Zuiddorpse bewoning zal niet veel voorgesteld hebben: eenvoudige hutten van arbeiders die sliepen op de lemen vloer met hun hoofd op hun arm. Kippen, mensen, varkens, alles in één ruimte, leven van roggebrood, bonen en pap of de restjes ervan. Wie het dorp nu binnenrijdt, bemerkt nog steeds een lichte verhoging in het terrein. Zuiddorpe ligt, zoals zoveel dorpen van de Zeeuws-Vlaamse grenskant, op een dekzandrug. Nu ligt het te midden van gronden die later, rond 1600, na militaire overstromingen met klei bedekt werden. Die lagere gronden waren oorspronkelijk veengebieden. De middeleeuwers wisten daar wel weg mee. Ze groeven het veen weg en gebruikten de turf als brandstof.

Ter Hagen
Zodoende ontstonden er rond Zuiddorpe grote stukken uitgemoerde grond. Ten zuiden van Axel lag in het midden van de dertiende eeuw het klooster Ter Hagen. Dat klooster en de directe omgeving kreeg in 1252 een overstroming te verwerken. Na herstel van de dijken bleek het Gentse Bijlokehospitaal met 68 hectare moer een van de grootgrondbezitters in deze omgeving. Die eigendommen lagen vermoedelijk ook direct ten zuiden van Zuiddorpe. Het ging daarbij om een veengebied dat al door een vaart doorsneden was zodat de aanwezigheid van een typische veennederzetting voor de hand ligt. Het veengebied ten noorden van Zuiddorpe heet in een Franstalige tekst van 1311 'Neufville'. Mogelijk wordt daar Zuiddorpe mee bedoeld, want dat komen we in 1320 tegen als Nieuwerkerk.
We kunnen aannemen dat er toen op de zandrug van Zuiddorpe juist een kerk gebouwd was. Die zandrug heette De Heerste, een naam die gebruikelijk is in deze streek.

Tobben met naam
Het was trouwens wel tobben met de naam. Zuiddorpe wordt in de bron van 1236 als parochie genoemd onder de naam Moere. Ook Overslag behoorde daarbij, aldus de vermelding.
In 1406 komen we Moere alias Sudorp tegen. In latere bronnen krijgt de naam Zuiddorp de overhand. Dat Zuiddorpe ook wel Moere heette, kan het resultaat zijn van de aanwezigheid ter plaatse van de plaatselijk invloedrijke heren van het Hof Ter Moeren. Hun landgoed lag iets oostelijk van het dorp. In het dorp lagen in 1420, aan de zuidzijde van het dorpsplein De Plaatse, zes hofsteden. Deze boerderijen hoorden tot het eigendom van de abdij van Baudelo in Hulst. Blijkbaar lag De Plaatse min of meer oost-west en niet noord-zuid. Het huidige prachtige dorpsplein met de eeuwenoude bomen bij de kerk, komt er voor in aanmerking, maar niet de noord-zuidstructuur van het veendorp. Die nederzetting is blijkbaar rond 1600 in de golven verdwenen. De moeren ten zuiden van Zuiddorpe werden afgegraven. De kanalen naar Axel en de vaart die via Moerkerke en Overslag naar Gent liep, vormden de turftransportroute. Eenmaal het veen afgegraven, was de weg vrij om de vrijkomende zanderige grond agrarisch te ontginnen. Die verandering in bodemgebruik is terug te vinden in de belastinginning uit die dagen. Rond 1450 worden de meeste betalingen van moercijns vervangen door grondcijns. Dat duidt op de voltooiing van een ingrijpende landschappelijke verandering.

Verdronken moeren
De moeren ten noorden van de rug van Zuiddorpe zijn na 1262 enkele jaren verdronken geweest. Dat betekent dat dit terrein ook met zout water doordrongen is geraakt. Dat er in deze omgeving zout gewonnen wordt, mag blijken uit de aanwezigheid van de Zeldijk in 1311. Nog in 1438 moeten er in Zuiddorpe verplicht zoutketen worden afgebroken omdat ze een oneerlijke concurrentie betekenen voor de zoutindustrie van Biervliet. De door afgraving verlaagde streek rond Zuiddorpe blijft tot ver in de vijftiende eeuw veilig achter de dijken liggen. Maar dan, tijdens een overstroming in 1488, breidt de Braakman belangrijk uit. Enkele jaren later reikt het vloedwater van deze agressieve binnenzee tot aan de noordkant van de rug van Zuiddorpe. De militaire inundaties van de Tachtigjarige Oorlog brengen ook het gebied ten zuiden van Zuiddorpe onder getijdeninvloed.

Forten
Op de verdronken, leeggemoerde gronden wordt een kleilaag van wisselende dikte afgezet. Op uit het water stekende ruggen en dijkresten bouwen de strijdende partijen om het hardst forten en verdedigingslinies. Pas na 1634 wordt er in deze streek gewerkt aan het herdijken tot kleipolders. Omdat Zuiddorpe door het water van het protestantse, Staatse Axel is afgesneden, kan de bevolking er katholiek blijven. Tot 1646, want dan valt het dorp in handen van Frederik Hendrik. De kerk raakt in handen van de protestanten. De katholieken zien zich gedwongen om in Wachtebeke en Overslag te gaan kerken. In 1788 beschikken de katholieken van Zuiddorpe over een schuurkerkje. Het staat er nu nog, aan de Monnikendreef, totaal vervallen, in de verwilderde parktuin van het eerder genoemde lege herenhuis. Uit het ingestorte dak groeien wilde bloemen. Pas in 1807, onder Lodewijk Napoleon, krijgen de katholieken van Zuiddorpe hun kerk terug. Het gebouw is in zodanig slechte staat dat er in 1817 een nieuwe kerk wordt gebouwd. Ook die is geen lang leven beschoren. De huidige kerk dateert uit 1855.

Geheimschrijver
Terwijl het veen van Zuiddorpe al eeuwen geen moer meer gaf, bleven de familienamen die aan de bedrijvigheid ontleend waren in de streek zwerven. Zo ook de naam Moerdijk, al in 1696 getraceerd in Lamswaarde. Ene Adriaan Moerdijk trok in 1784 naar Zuiddorpe. Zijn zoon Pieter bracht het tot geheimschrijver van koning Willem I. Zijn nakomelingen vervulden tientallen jaren lang het secretarisambt van de gemeente Zuiddorpe, opgeheven in 1970. Zijn achter-achter-kleindochter Marie Cécile zou bekend worden als de nachtegaal van Zuiddorpe. Haar vader Jozef deed in zijn jeugd nog een poging om van de oude moergronden een vliegveld te maken. Hoe dat ging, vertelt Zuiddorpe-kenner Etien Waelput: "Het zal rond 1920 geweest zijn dat de oude Moerdijk dacht dat hij kon vliegen. Dat was mode in die tijd, de eerste vliegtuigen weet je wel. Hij maakte een paar vleugels en ging naar het Boerengat, een kreek buiten het dorp. Daar klom hij hoog in een afgeknotte wilg en bond de vleugels aan zijn arm. Mijn vader hielp hem en deed Jozef een touw om zijn middel. Want stel je voor, als hij te ver vloog, dan zou hij aan de andere kant van de kreek op de harde grond landen. Eer het zover was, moesten zijn helpers hem terugtrekken zodat hij in het water zou vallen. Afijn Jozef beweegt zijn armen en springt klapwiekend als een meeuw uit die boom. Hij haalde niet eens het water, maar dook recht omlaag, Moerdijk met zijn kop in de modder. Geen zand gelukkig, maar nog een beetje venig misschien. Later heeft hij het nog eens op de motor geprobeerd, met een oplopende stellage en dan een aanloop met vleugels aan de motor. Hij dook zo naar beneden. Jozef was secretaris van de gemeente. Hij heeft na die noodlanding veertien dagen niet kunnen schrijven."
Sommige verhalen zwerven door de geschiedenis om zich vast te klampen aan een plaatselijk gegeven om zodoende dorps- of stadhistorie op te tuigen. De sage van Vliegende Hollander, geclaimd door Terneuzen, is er een voorbeeld van. Net als de landing van de missionaris Willibrord bij Westkapelle op Walcheren, een landing die ook opgeëist wordt door Egmond aan Zee.
Zo'n zwerfverhaal leeft in Zuiddorpe. Het gaat om de introductie van het gewas boekweit in West-Europa. Waar kwam het vandaan? Wie heeft het meegebracht?

Tartaren
De Tataren zeggen sommigen? West-Brabant had een kandidaat met ene Peter Martin uit Steenbergen. Zuiddorpe, het dorp van de Boekweitfeesten, heeft een eigen versie van het antwoord. In de Hedendaagse Historie uit 1740 verschijnt voor het eerst de opvatting dat Jan van Ghistel, heer 'van den Moere en van Axel' boekweit in Nederland heeft geïmporteerd. De herkomst van het gewas wordt in 1787 aan het verhaal toegevoegd. Dan weet de Axelse dominee Jan Scharp te melden dat Zuiddorpse Jan in zijn zakboekje een paar zaadjes boekweit heeft meegesmokkeld uit Italië of Duitsland. Scharp memomeert ook het graf van Jan van Ghistel. Hij noemt een gebeeldhouwde zerk in de in 1817 gesloopte kerk. Later vond de geograaf Van der Aa deze deksteen bij de achterdeur van de sacristie. In zijn verslag citeert hij het grafschrift met Jan's sterfjaar: 1426 of 1429. Hij vond er nog twee stenen, waaraan ooit marmeren platen bevestigd waren geweest. Hij vermoedde dat op die platen het verhaal van de boekweit moet hebben gestaan. Tegenwoordig staat tegen de noordgevel van de laat-negentiende eeuwse kerk van Zuiddorpe een zeer verweerde middeleeuwse grafzerk. Op de steen zijn twee ridderlijke figuren te onderscheiden, maar de randtekst is onleesbaar geworden. Nader onderzoek in de archieven leert dat de zerk die tegen de kerk staat die van Jan van Ghistel is en dat die uit 1437 dateert. De schriftelijke bronnen tonen ook aan dat de door Van der Aa beschreven brokken stenen van het monument afkomstig moeten zijn. Zelfs de teksten van de platen, van koper, kwamen weer boven water. Over boekweit gingen ze niet...

Joos van Ghistel
Het verhaal van Jan van Ghistel is al in vroeg stadium verbasterd. Zo wordt Jan in 1775 verwisseld met zijn avontuurlijke kleinzoon Joos. Deze Joos van Ghistel staat te boek als een Nederlandse Marco Polo. In de periode 1481-1485 maakte hij een wereldreis waarvan het verslag uitvoerig in druk werd gepubliceerd. Voor die dagen was dat een noviteit. Joos was in ieder geval de eerste Zuiddorpenaar die zegt een draak te hebben gezien. Nog wel in een hem bekend voorkomend landschap: in een moeras in de buurt van Beiroet. Een latere schrijver weet te melden dat niet Jan maar de ondernemende Joos het boekweit meenam uit het Heilige Land. Hoe dan ook, het boekweit ontwikkelde zich tot, om de woorden van ds. Jan Scharp te gebruiken 'tot het brood voor de smalle gemeente.' Boekweit deed het goed op arme zandgronden, maar verdween in de Nederlanden tussen 1870 en 1930 uit de agrarische productie. Het Zuiddorpse boekweit-verhaal kan met archief-gegevens makkelijk ontzenuwd worden. Al vanaf 1390, dus lang voor de tijd van Joos, vindt er een snelle introductie van boekweit plaats in de Nederlanden. De centra zijn de Kempen en de IJsselvallei. Taalkundige gegevens doen vermoeden dat de boekweit langs drie zijden West-Europa binnenkwam: een noordelijke route, mogelijk via de Hanze met als naamtype boekweit, een oostelijk handelsweg met naamtype Heidenkorn of Pohanka en een zuidelijke route met als naamtype Saraceens of Moors graan.

Boekweitfeesten
Dat boekweit exclusief via het lieflijke zandrugdorpje in Zeeuws-Vlaanderen geïmporteerd is, berust op een kleine mishandeling van de geschiedenis. Het belet Zuiddorpe overigens niet om elk jaar in augustus vol overgave de Boekweitfeesten te vieren. Al eeuwen blijft het inwonertal van Zuiddorpe ongeveer stabiel rond de duizend inwoners. Nooit zijn er impulsen of omstandigheden geweest die dit dorpje tot stad deden uitgroeien. Pastoor en boer beheersten het leven. Wie gezelligheid zocht ging 'op café': vijftig cafés op 258 huizen in 1926. Na een bezoek aan Zuiddorpe schreef koningin Juliana: "De schoonheid van uw eeuwenoude linden heeft ons zeer bekoord." Aan dat dorpsgezicht is sindsdien niet veel veranderend. Sluimerend op de grens van Zeeland en Vlaanderen reikt Zuiddorpe naar het eind van de eeuw.

Om verder te lezen:
• De vijftiende-eeuwse Gentse kunst in de Vier Ambachten door R.D.A. van den Elslande in Over den Vier Ambachten (1993).
• Zuiddorpe en de boekweit door K.A.H.W Leenders in Over den Vier Ambachten (1993).